Plaats van herinnering: Beeklust

DOOR Marry Dijkshoorn

Eind jaren vijftig verhuisden mijn ouders van Rotterdam naar Almelo. Mijn vader kon daar als leraar aan de slag op de Kweekschool en het christelijk lyceum. Van flat Zeeland in Overschie verhuisden ze naar een ruime hoekwoning met grote tuin in de Jacob van Campenstraat in de wijk Beeklust.

In 1960 zijn mijn tweelingbroertje en ik in dat huis geboren. Mijn vader, niet echt een tuinier, had toch een paradijs gemaakt van onze tuin. Voor ons waren er een zandbak, een schommel, een kinderbadje en veel gras. In de zomer was alles door een bloeiende bruidssluier overwoekerd.

In die tuin heb ik leren lopen, en mocht ik met mijn moeders boodschappenmand ‘boodschappen doen’. Met mijn broertje zat ik in onze eigen taal te babbelen op de rand van de zandbak. Buurtkinderen kwamen bij ons spelen, want wij hadden een schommel.

 

Vreemd genoeg was het in die jaren altijd mooi weer. ’s Winters lag er sneeuw, zodat wij mooie sneeuwpoppen konden maken in die enorme tuin. Toen we iets groter werden ontdekten wij Beeklust. Kikkervisjes vangen in de sloot. En altijd waren er vriendjes, want Beeklust was kinderrijk.

De inburgering van mijn Rotterdamse ouders in Almelo verliep probleemloos. Ze kregen snel heel veel kennissen: collega’s van mijn vader, kennissen uit de kerk - wij waren natuurlijk keurig gereformeerd - en mijn moeder werd actief bij de gezinszorg,  samen met Joke van der Kooij, onze latere wethouder.

Al die kennissen kwamen op bezoek, en ze hadden allemaal kinderen. Het gereformeerde milieu was voor mij niet beklemmend, integendeel, het was een vrolijke boel. Ik zat ook graag in de Pniëlkerk, een nieuw gebouw met modern glas in lood. Op een zonnige middag kwamen de kleuren op weergaloze wijze binnen. Mijn buurmeisje was katholiek, maar dat was in ons nog verzuilde land geen enkel probleem. Hoewel ik rond mijn derde mijn moeder wel angstig vroeg of Cecile in ‘Den Helder’ kwam. 

Eenmaal groot mochten mijn broer en ik naar kleuterschool De Boskabouter, aan de rand van Beeklust, bij het toen nog verwilderde park, de ontzettend grote speeltuin en de kinderboerderij. Ze hadden daar een lama! Wij noemden hem ‘smerige Henkie’.

Ik werd voor het eerst in mijn leven verliefd, op Ruud, die ik kende van school. Door mijn moeder aangemoedigd ben ik echt een keer bij hem op bezoek geweest, maar dat liep op een fiasco uit, want van de spanning plaste ik in mijn broek. Dat was niet erg verleidelijk, vond Ruud, en hij ging liever spelen met zijn verzameling paperclips.

Met mijn moeder kom ik nog regelmatig in Beeklust. We bezoeken daar de mooiste begraafplaats van Nederland, waar mijn veel te vroeg overleden vader begraven ligt. De begraafplaats in Almelo straalt een paradijselijke rust uit, is schitterend onderhouden en vooral zo mooi groen. Mijn moeder zal er ook begraven worden, maar ik, hoewel ik al lang niet meer in Almelo woon, wil daar ook begraven worden. Vlakbij mijn geboortehuis.