STEDELIJK MUSEUM GAAT MET DE LIFT

STEDELIJK MUSEUM GAAT MET DE LIFT

Peter van der Molen

De pui van het toekomstig Stedelijk Museum Almelo (SMA) vormt al enige tijd een echte ‘blikvanger’ , maar gebeurt daarachter nog wat vraagt menig passant zich af. Nee dus, achter die pui gebeurt nog steeds niets. Maar achter de schermen wordt al geruime tijd intensief gewerkt. Dat heeft ertoe geleid dat in maart een aangepast plan in de gemeenteraad aan de orde komt en dat later dit jaar een definitief besluit zal worden genomen. Na een akkoord is eerst een nieuwe aanbesteding noodzakelijk voor aan de slag kan worden gegaan. Als alles dan naar wens verloopt moet het museum in 2027 haar deuren voor het hoog geëerd publiek kunnen openen. 

De gemeente Almelo heeft het voormalige pand Hofkes aan de Grotestraat aangekocht en het bestuur van het SMA heeft naderhand overeenstemming met de gemeente bereikt over verhuizing van het museum van de Prinsenstraat naar de Grotestraat waar er veel meer ruimte beschikbaar komt. Vier keer zoveel. Veel materialen die nu noodgedwongen in depot opgeslagen liggen, kunnen daar wel geëxposeerd worden.

De stuurgroep van dit project zal van een nieuw totaalconcept uitgaan, dat een museum oplevert met een hoog WOW! – gehalte en waar alle schakeringen van Almelo elkaar kunnen ontmoeten bij tal van workshops, evenementen en op de met name op de middelbare schooljeugd afgestemde cultuureducatie projecten. Het pand moet daarvoor grondig aangepast worden om aan museale eisen te kunnen voldoen. Een Amsterdams bureau heeft daarvoor een eerste plan ingediend. Intussen heeft de gemeente besloten een iets andere koers te varen.

“De gemeente wil zowel de voorgevel als de achtergevel aanpakken, maar ook binnen moet er veel gebeuren. Met name schoenhandel Niers heeft destijds nogal wat aanpassingen gedaan om van het voormalige woonhuis een winkelpand te maken” legt Frans de Graaff uit. Hij is als vrijwilliger al een jaar of tien actief voor het museum. Een ‘manusje van alles’ die de ene keer wordt ingezet als suppoost, de andere keer zich bezig houdt met het collectiebeheer en als het nodig is een andere keer de media te woord staat.

Op de nieuwe zichtlocatie verwacht De Graaff veel meer aandacht voor het museum (en publiek) en dat is nodig ook, want de gemeente heeft de steun aan het museum in twee jaar tijd afgebouwd van €79000 per jaar naar € 29000. “Dat betekent dat het museum zelf de broek meer moet ophouden door meer bezoekers te trekken. Wij hopen bijvoorbeeld meer Almeloers te trekken, want tot nu toe zijn het vooral bezoekers van buiten Almelo die het museum bezoeken”.

DONATEURS

Regeren is vooruitzien en daarom is het bestuur nu al met initiatieven gaande om de inkomsten op peil te brengen, onder meer door het instellen van  een club van 100 en een club van 500. Donateurs die zich garant stellen voor een jaarlijkse donatie van genoemde bedragen.

Over het algemeen worden musea  vooral door senioren bezocht.

“In de Grotestraat beschikken wij over twee verdiepingen maar er komt een lift voor bezoekers die moeite hebben met traplopen. Dat is vooral fijn, omdat zich op de eerste verdieping de beroemde ‘Grisailles ( wandschilderingen) bevinden. Die moeten ook gerestaureerd worden. Dat staat los van de verbouwing en gaat jaren duren. Er wordt bekeken of het mogelijk is om net als bij De Nachtwacht, bezoekers getuige te kunnen laten zijn van die restauratie”.

De Graaff geeft aan dat de opzet van het museum ook wordt aangepast. Er zal vaker volgens een thema worden gewerkt, bijvoorbeeld een expositie over de Wereldoorlog of Groene Longen “en wat vooral belangrijk is dat is dat meer Almelo gerelateerd wordt ingericht. Een expositie over bijvoorbeeld strijkijzers kan interessant zijn, maar heeft niets met Almelo te maken. Daar wordt in de toekomst meer rekening mee gehouden. Misschien dat dan ook meer Almeloers het museum weten te vinden. Door de beschikbaarheid van een lift, kunnen bezoekers die moeite met de trap hebben straks ook van al dat fraais genieten”.

HOFKES

Toen de destijds 37 jarige Egbert Hofkes  in 1755 met zijn familie vanuit hun erve Haeveken bij Winterswijk naar Almelo verhuisde, was hij kennelijk al in goede doen, want hij kon meteen een pand aan de Grotestraat kopen. Dat was schuin tegenover een in 1684 voor de Doopsgezinden (ook Mennonieten genoemd) tot kerk omgebouwde woning. De familie Hofkes was lid van dat kerkgenootschap net als de familie Coster die recht tegenover Hofkes woonden in een in 1734 gebouwd huis met een fraaie topgevel. De Mennonieten waren over het algemeen goed bemiddeld.  (De Mennistenhoek herinnert nog aan hun aanwezigheid)

Hofkes liet zijn huis in classicistische stijl verbouwen met op de eerste verdieping een soort ontvangstzaal met linnen wandbekleding.

Die liet hij door de Amsterdamse kunstschilder Andries Warmoes beschilderen, de zogenaamde Grisailles. Over een lengte van 20 meter – verdeeld over vier panelen – beeldde de schilder de intocht van een overwinnende Romeinse aanvoerder uit.

Dat Hofkes in Almelo terecht kwam was geen toeval, want in 1731 was een Hofkes – telg al gehuwd met een dochter van de Almelose textielfabrikant Ten Cate. Hofkes was actief in de textielindustrie – voornamelijk linnen – en hij had een aantal handwevers in dienst in pandjes achter zijn huis. Hij was er getuige van dat het vervaardigen van fijne katoenen weefsels een steeds belangrijker rol begon te spelen. Tussen 1820 en 1830 ging hij daarmee experimenteren en had uiteindelijk een kleine duizend medewerkers aan het werk die zich bezighielden met zogenaamde calicots, een effen fijn weefsel van speciale garens. Hofkes ontwikkelde een hoge kwaliteit, maar door het verouderde fabricageproces kwam daar een te hoog prijskaartje aan te hangen.

De naam Hofkes kende al min of meer landelijke bekendheid en zijn fraaie villa bood geregeld onderdak aan mannen van rang en stand. Zoals Willem de Clerq, Jakob van Lennep en Gijsbert Karel graaf van Hogendorp. Na Huize Almelo was het Hofkeshuis de voornaamste residentie in Almelo. .

De graaf schrijft daarover: “Wij genoten een gulle vergasting en huisvesting bij den Heer Hofkes, die zijn fabriek aan zijn kinderen en kleinkinderen heeft overgedaan en zijn laatste levensdagen, zelf dichter zijnde, met letterkundige uitspanningen veraangenaamd”.

Maar eerder – in 1795 tijdens de Franse bezetting – had generaal Moreau het Hofkeshuis ook al tot zijn domicilie verheven.

Het verouderde arbeidsproces werd in 1830 vervangen. Aan de Marktstraat – tegenover toenmalig stalhouder Toon Jansen – richtte Hofkes de eerste stoomspinnerij in Twente op en een jaar later richtte Thomas Ainsworth een kunstblekerij voor hem in waardoor er geen gebruik meer hoefde te worden gemaakt van bleekweides. Uit Engeland werden vier ‘mecanique weefgetouwen’ aangeschaft met daarbij vier Engelse instructeurs.

FAILLISEMENT

Al die innovaties konden niet voor een gezond bedrijfsklimaat zorgen en het bedrijf worstelde zich door talloze ups en downs. Dat weerhield de sociaal ingestelde Hofkes er niet van om in 1841 voor de arbeiders in zijn spinnerijen een spaarfonds op te zetten. Een soort vroege voorloper van het pensioenfonds. Dat was op zich geen luxe, want de arbeiders hadden het niet makkelijk.

De Clerq bericht daarover: “Voor de werklieden van den Heer Hofkes, onder wie vele vrouwen en kinderen, bedraagen dezen vijftien uuren per dag’. Hij vreest dat dit op de duur niet zonder gevolgen kan blijven. Hij vreest dat “ uit het welgevormde ras van Almelo na verloop van twintig jaar een ander misvormd zal uitgaan, mannen met bogchels, scheve nekken, ingezonken borsten, dwergen en lang uitgerekte schimmen”.

In 1855 was het faillissement onafwendbaar. De panden werden afgebroken en alleen de garenhal bleef gespaard. Lange tijd was bouwmaterialenhandel Hilgen er gevestigd en na langdurige leegstand is het nu een woonlocatie.

En de villa aan de Grotestraat? Eerder genoemde mr. Ter Kuile schrijft in 1947: “Eigenlijk zouden wij hier kunnen passeeren de oude firma Hofkes die bij het slinken van dit geslacht de zaken niet meer uitgebreid had, althans in zeer bescheiden omvang met huiszittende wevers voort werkte. De laatste mannelijke telg van deze familie, eens zo vol initiatief en ondernemingslust, Lambertus Hofkes, overleed in 1905 ( precies een halve eeuw na sluiting van het bedrijf) in het deftige huis aan de Grootestraat “.

Zijn beide zusters Elisabeth Frederika en Maria Aurelia bleven in het ‘deftige huis’ wonen tot de dood van de laatste in 1927. Het pand was toen al enkele jaren eigendom van schoenhandel Niers en wat daarvan 20 jaar later de gevolgen waren?

“Met weemoed herdenkt hier ook elk Almeloër, hoe het eens zo fraaie monumentale huis van dit geslacht, waaraan zoveele plaatselijke herinneringen waren verbonden, in onze dagen in – en uitwendig geheel verknoeid werd”, geeft Ter Kuile de situatie weer.

Maar er gloren betere tijden. Als de deuren van het Stedelijk Museum Almelo in 2027 open gaan, zal het Hofkeshuis haar vooraanstaande plaats in de stad weer innemen!

De Stichting staat ingeschreven bij de K.v.K. onder nummer 41031148 - Privacyverklaring

Word donateur