Tussen Nederland en Turkije

Tussen Nederland en Turkije

In de eerste helft van de jaren zestig groeide en bloeide de Nederlandse economie. De vraag naar arbeid nam sterk toe, waardoor de arbeidsmarkt overspannen raakte en de lonen sterk stegen. De overheid zag zich in 1964 zelfs gedwongen de ambtenarensalarissen met 10% te verhogen om leegloop van haar werknemers naar het bedrijfsleven te voorkomen.

De textielindustrie in Tilburg, Enschede en Almelo stond ook onder grote druk. In vergelijking tot andere sectoren waren de lonen in de textiel onaantrekkelijk laag. Werken in de spinnerijen en weverijen stond daarbij laag aangeschreven. Om aan de vraag naar arbeid te voldoen werd naar het buitenland gekeken. Groepen Italiaanse en Spaanse arbeidsmigranten waren al sinds eind jaren vijftig in Nederland en ook in Almelo aan het werk. Het overgrote deel ging echter terug toen de economie in eigen land aantrok. Daarna werd buiten Europa gezocht. In navolging van West-Duitsland sloot de Nederlandse regering in 1964 met Turkije een wervingsverdrag voor Turkse arbeiders. Eén van de Almelose bedrijven op zoek naar arbeiders aan de andere kant van de Bosporus was Ten Cate. Denizli was daarbij een voor de hand liggende stad omdat daar de textielindustrie in opkomst was. Ten Cate en andere textielproducenten zochten geschoolde textielarbeiders en vonden die ook. Het resultaat is meer dan veertig jaar later dat drie generaties Almeloërs met een Turkse achtergrond 8.4% van onze stadsbevolking uitmaken.

Eén van die Almelose inwoners is Osman Unal, nu 69 jaar oud. In de zomer van 1973 kwam hij als gastarbeider met een groep van 50 à 60 jonge Turkse mannen naar de Twentse textielstad en bleef hier, ondanks alle voornemens om terug te keren. Vierenveertig jaar later wonen, werken en studeren drie generaties Unal in een stad die haar textielverleden achter zich heeft gelaten. Voor drie generaties Unal ligt de toekomst in Nederland.
Osman groeide op in het dorpje Alikurt bij Denizli. Zijn vader was boer en bezat een lap grond, waarop tarwe, druiven en katoen werden verbouwd. Hij ging in het dorp naar de lagere school en hielp op het land. Na zijn twaalfde werd dat een dagtaak en noodzaak. De familie bestond, nadat zijn vader was hertrouwd, uit zes zussen en vier broers. Hij trouwde op z’n tweeëntwintigste met Sultan Durgun. Zijn vrouw, toen zeventien, trok bij haar schoonfamilie in. Een mond meer om te voeden, terwijl het boerenbedrijf weinig toekomstperspectief bood. Osman Unal vertrok daarom naar Denizli om als textielarbeider aan de slag te gaan. Na een maand of drie wist hij een huis te huren waar het jonge stel ging wonen. Hij werkte in een drieploegenstelsel. Garens werden met de hand opgezet voordat de weefgetouwen begonnen te kletteren. Het bedrijf zorgde voor warme maaltijden. In de fabriek kon worden gedoucht.
In voorgaande jaren waren grote groepen textielarbeiders vanuit Denizli naar Nederland vertrokken om daar in de textiel te gaan werken. Ozman Unal besloot hun voorbeeld te volgen. In Nederland viel veel meer te verdienen en de wisselkoers was gunstig. Een ruime verbetering van inkomen woog op tegen een eenzaam bestaan in een vreemd land. In 1973 meldde hij zich bij het plaatselijke arbeidsbureau, dat de officiële registratie en de uitzending van Turkse werknemers regelde. Hier vond ook de keuring door Nederlandse bedrijven plaats. Het permanente selectiebureau van Nederland in Ankara, Hollanda Irtibat Bürosu, regelde de verdere procedure. Osman moest in Izmir nog een test doen, waarin hij zijn vaardigheden in het spinnen en weven moest laten zien aan een selectieteam van Ten Cate. In Ankara werd zijn gezondheid getest, wat overigens in Almelo nog eens dunnetjes over werd gedaan.
Op 20 oktober 1973 landde Ozman Unal op Schiphol. Een paar uur later stond hij in Casa Cortina aan de Kolthofsingel in Almelo. Casa Cortina was in de jaren zestig het onderkomen van Italiaanse en Spaanse gastarbeiders, toen nog gevestigd in het gebouw van het Algemene Ziekenhuis aan de Brugstraat. Het tweede Casa Cortina stond aan de Kolthofsingel. Het werd gebouwd in opdracht van Ten Cate en bestond uit een barakkencomplex. Een fors deel van de kamers werd met vier stapelbedden langs de wanden gedeeld door vier personen. Na een jaar kreeg Ozman zijn eigen kamer. De maaltijden werden verzorgd door een Turkse kok.
Na Ozmans vertrek naar Nederland trok mevrouw Unal opnieuw bij haar schoonouders in. Zij was zwanger van hun eerste kind, een dochter. Osman Unal zou zijn dochter voor het eerst zien toen ze meer dan een jaar oud was. In de tussen- tijd bestond zijn dagindeling uit werken, eten , slapen en theedrinken. Een aantal maanden werkte hij in de schoonmaak toen zijn polsen begonnen op te zwellen vanwege het werktempo bij Ten Cate, dat hoger lag dan in Denizli.
Die eerste periode kwam Osman nauwelijks buiten Casa Cortina. Hij volgde een taalcursus, maar die was sterk gericht op het werken bij Ten Cate zelf. Het niet beheersen van de Nederlandse taal was een enorme barrière. Op zoek naar een huis nam hij een taxi die hem afleverde bij het opgegeven adres. De taxi vertrok vervolgens. De weg vragen met zijn gebrekkige Nederlands leverde niets op. Alleen door op zoek te gaan naar de spoorlijn wist hij de weg naar het Indiëterrein terug te vinden. De buitenwereld bleef zo een gesloten boek, maar dat eerste jaar werd wel een fors bedrag gespaard om in de buurt van Denizli een huis te bouwen voor de terugkeer naar Turkije.
Meer dan een jaar nadat hij zijn intrek had genomen in Casa Cortina kon hij naar Turkije voor een vakantie van vijf à zes weken. In 1976 werd zijn tweede dochter geboren, maar het gezin bleef over twee continenten verdeeld. In 1977, na vier jaar werd het gezin herenigd. Osman Unal haalde zijn vrouw en dochters op van Schiphol met de auto van de Turkse buren. In de Tuinstraat huurde hij een huis in de particuliere sector. De huur bedroeg 300 gulden per maand. De SRV-man bracht de boodschappen aan de deur. Een paar jaar later lukte het via Beter Wonen een flat te huren aan de Magnoliastraat. De dochters gingen naar de Jan Ligthartschool. Toen volgde een besluit dat het gezin opnieuw verscheurde. De beide dochters werden naar Turkije gestuurd naar hun oma. De jongste, een zoon geboren in 1978, volgde zijn zussen. De terugkeer naar Turkije van het hele gezin werd echter steeds uitgesteld. De werkloosheid was daar hoog en de inflatie liep hard op. Politiek gezien was Turkije in de jaren tachtig een weinig aantrekkelijk land. Een militaire coup zorgde ervoor dat de toch al beperkte democratie volledig afgeschaft werd. Turkije was toen een aantal jaren een dictatuur en keerde slechts langzaam terug naar een meer democratische samenleving. Het besluit om de kinderen terug te laten komen naar Almelo was in feite het definitieve besluit om in Nederland voor de tweede generatie een toekomst op te bouwen. Voor de beide dochters betekende het een gebroken opleiding. Van het Nederlands naar het Turks en terug.
Tot 1996 bleef Ozman Unal bij Ten Cate werken, lange tijd als vorkheftruckchauffeur, maar in 1996 volgde ontslag in één van de reorganisatierondes. Een nieuwe baan zat er niet in.

Drie generaties Unal wonen nu in Almelo. Turkije is nu hun vakantieland geworden. De toekomst ligt in Nederland.

De Stichting staat ingeschreven bij de K.v.K. onder nummer 41031148 - Privacyverklaring

Word donateur