Verslag lezing Martijn Makkinga

Verslag lezing Martijn Makkinga

‘Vergeten Helden’

door Jan Wever.

      Martijn Makkinga in het uniform van Franse grenadier

Op woensdag 9 oktober sprak Martijn Makkinga in De Schouw over zijn hobby: de historische veldslag. Hierbij gaat de aandacht allereerst uit naar de juiste kostuums en de wapens. Martijn gaf ons inzicht in de diverse kledingstukken met hun functie en de insignes, waardoor men wist tot welk regiment men behoorde. Op details van knopen, slobkousen, chapeau, rugtas, kruidtas, buidel, grote regenjas werd ingegaan.

De geschiedenis  van Almelo kwam ter sprake en ook dat een zoon van onze graaf als militair  mee had gevochten in de opstand van de Amerikanen tegen de kolonisator Groot-Brittannië. In 1783 beschikt Almelo over een eigen schutterij van 200 man bij een bevolking van 3000 inwoners.

Nadat Pichegru in 1794 de zuidelijke Nederlanden was binnengetrokken en pas in de strenge winter 1794-1795, dankzij de bevroren rivieren, ook de Noordelijke Nederlanden kon binnentrekken, begon de Franse periode, die deze avond de meeste aandacht kreeg.
De grote civiele en militaire reorganisaties, die onder Napoleon begonnen, zoals de rechte wegen, het metriek stelsel, de Marechaussee, het burgerregister, de vele goede Franse wetten, etc. waarderen wij nog steeds.
MAAR….er kwamen ook hogere belastingheffingen voor de oorlogsvoeringen, de dienstplicht en het gecentraliseerde gezag. Zonen werden opgeroepen en gekeurd voor militaire dienst (minimaal 21 jaar en 1,56 m lang), er werd geloot wie als dienstplichtige moest opkomen en er werd onderhandeld om een uitloting op te kopen.

De belangstelling van Martijn ging vervolgens naar de regimentsboeken, die bijzonder goed waren bijgehouden: ziekte, overlijden, gesneuveld, vermist,  gedeserteerd, het stond er allemaal in. Evenals aantekeningen over regimenten die werden opgeheven en samengevoegd, omdat er amper levende manschappen overgebleven waren. De top van Napoleon’s oorlogszucht waren de Tocht naar Moskou, de Volkerenslacht bij Leipzig en de Slag bij Waterloo: hoeveel manschappen er heen gingen, merendeels te voet, hoeveel er onderweg al overleden, hoeveel er sneuvelden en hoe weinigen er terugkwamen, het staat allemaal in de regimentsboeken. Mans Kapbaarg als grootste leugenaar van de Kromme Dijk is nooit gegaan, maar beweerde wel glorieus teruggekomen te zijn van de vele veldtochten.

Ook bij deze veldtochten en oorlogen bleek weer: “In een oorlog worden mensen gedwongen elkaar dood te schieten, terwijl men met elkaar geen ruzie heeft en elkaar niet kent;  en zij moeten dit doen op bevel van leiders, die elkaar wel kennen, met elkaar wel ruzie hebben, maar elkaar niet doodschieten”.
Als een van de droeve illustraties, die wij te horen kregen: bij de slag bij Krasnoe (van 15-18 november 1812) waren er van een contingent van 830 merendeels Nederlandse soldaten er 78 over, nog geen 10%! (waaronder 10 uit Almelo en 4 uit Vriezenveen), en van hen waren er maar 25 geheel ongedeerd.

Martijn had nog vele voorbeelden over de grote verliezen onder de manschappen van het leger van Napoleon. Alleen de overlevenden van een veldslag kunnen de verhalen vertellen. En ik denk dat door de angstige herinneringen aan de verschrikkingen van de veldtochten de daden nogal eens grootser en heldhaftiger worden verteld.
Anderzijds was men wel veel meer gewend aan de dood, want destijds overleed al 1 op de 3 jongens voor het 21e levensjaar aan een ziekte of een ongeval.

Op 21, 22 en 23 april 2023 kunnen wij Martijn in zijn element zien, wanneer het historisch festival weer plaats vindt in Almelo. Het inkijkje dat Martijn ons gaf in de draaiboeken voor deze organisatie, vervult ons met ontzag voor het organiseren van zo’n feest.

De Stichting staat ingeschreven bij de K.v.K. onder nummer 41031148 - Privacyverklaring

Word donateur